Een incubator, een broedstoof of een klimaatkast doet precies één ding goed: een stabiele, gecontroleerde omgeving scheppen waarin cellen groeien, monsters bewaard blijven of experimenten onder vaste condities verlopen. Zodra die condities wegzakken, is het resultaat in gevaar. En anders dan bij een koelkast gaat het hier zelden om temperatuur alleen.
Dit artikel laat zien waarom u bij deze apparaten meerdere grootheden tegelijk bewaakt en hoe u dat betrouwbaar inricht.
Meer dan temperatuur alleen
In een CO2-incubator voor celkweek zijn drie grootheden bepalend. De temperatuur, meestal rond 37 graden. Het CO2-gehalte, dat de zuurgraad van het kweekmedium stuurt. En de luchtvochtigheid, die verdamping tegengaat zodat het medium niet indroogt. Wijkt één van de drie af, dan lijdt de kweek eronder, ook al staat de temperatuur perfect.
Bij een klimaatkast of klimaatkamer spelen vergelijkbare combinaties, afhankelijk van het experiment: temperatuur en luchtvochtigheid samen, soms aangevuld met belichting of andere grootheden. De rode draad is dat één sensor die alleen temperatuur meet, u een onvolledig beeld geeft.
Daarom bewaakt u deze apparaten het best met een oplossing die meerdere grootheden tegelijk in één omgeving samenbrengt. De temperatuurbewaking van Dyzle leest naast temperatuur ook luchtvochtigheid uit, en via een industriële meetingang bovendien grootheden als CO2, afkomstig van een externe sensor. Zo ziet u het complete klimaat van de kast op één plek, in plaats van losse metingen die u zelf moet rijmen.
Meten in extreme omstandigheden
Incubators en stoven kennen soms omstandigheden waar een gewone sensor niet tegen bestand is. Een broedstoof met een sterilisatiestand loopt op tot temperaturen waar reguliere sensoren afhaken. Voor die gevallen zijn robuuste sensoren nodig die ook bij hoge temperaturen betrouwbaar blijven meten, bijvoorbeeld op basis van PT-100-techniek.
Ook de plaatsing luidt hier nauw. De temperatuur in een gevulde incubator verschilt van plek tot plek, afhankelijk van de belading en de luchtstroom. Dezelfde principes die gelden voor de bredere temperatuurbewaking in het laboratorium, gelden dus ook binnen de kast zelf: meet op de punten die er werkelijk toe doen, niet op een willekeurige plek die toevallig een geruststellend beeld geeft.
Loze alarmen voorkomen
Net als bij een koelkast schommelt de gemeten waarde in een incubator sterk zodra de deur opengaat. Wie daar niet op inricht, krijgt een stroom meldingen die niets zeggen. Door verstandig om te gaan met de meetplek en met korte, tijdelijke overschrijdingen na een deuropening, houdt u de alarmering betekenisvol. Een deursensor die registreert hoe vaak en hoe lang de kast openstaat, helpt bovendien om patronen te herkennen.
Aantoonbaar en gekalibreerd
Voor laboratoria die onder accreditatie werken, gelden ook voor incubators en klimaatkasten de eisen aan herleidbaarheid. De sensoren horen gekalibreerd te zijn en herleidbaar naar een meetnorm, met certificaten die u kunt overleggen. Zorg dat de kalibratie geborgd is in een vast schema, zodat uw metingen ook op termijn standhouden bij een beoordeling.
Zo pakt u het aan
Bepaal eerst welke grootheden per apparaat bepalend zijn: alleen temperatuur, of ook CO2 en luchtvochtigheid. Kies vervolgens een oplossing die die grootheden in één omgeving samenbrengt, met sensoren die geschikt zijn voor de omstandigheden in uw kasten en met gekalibreerde, herleidbare metingen. Richt de alarmering zo in dat een deuropening geen loos alarm veroorzaakt, maar een echte afwijking wel meteen wordt gemeld.
Dyzle bewaakt incubators, broedstoven en klimaatkasten in laboratoria met een oplossing die temperatuur, vocht en andere grootheden combineert. Wilt u weten hoe dat er voor uw apparaten uitziet? Neem vrijblijvend contact op met onze adviseurs.